Zorgverzekeraars moeten gaan ondernemen
Verzekeraars moeten een schakelpunt vormen in vraag en aanbod tussen bedrijfsleven en burger, niet meer als ‘staatsuitvoerders’ van het huidige verzekeringsstelsel, maar als volwaardige, ondernemende, en risicodragende partijen.
Zorgverzekeraars hebben het blijkbaar moeilijk de nieuwe de door Minister Schippers toebedeelde rol van regisseur van het zorgaanbod in te vullen. Ze geven alle de laatste tijd verschillende signalen af die wel een zeer verwarrend beeld moeten oproepen bij alle bij de zorg betrokken instanties, en niet in de laatste plaats de burger die de zorg uiteindelijk links of rechtsom betalen moet.
Die burger krijgt immers de verzekeraar in verschillende gedaanten op zich af:
1. De ogenschijnlijke Sinterklaas die tegen het einde van het jaar, als er weer overgestapt mag worden naar andere zorgverzekeraars, met cadeautjes gaat strooien: kledingbonnen, een gratis maand verzekeringen, extra kortingen op de zorgpremie, aanbrengpremies. Gekker moet het niet worden in deze dolle dagen rond december.
2. De verzekeraar die zich plotseling heeft omgeturnd van afwikkelaar van schadeclaims naar een solide en betrouwbare financier van de oude dag. Flexibele spaarrekeningen met aantrekkelijke rente van, zoals Menzis bijvoorbeeld schrijft, ‘solide banken’. Het zorgsparen moet daarbij blijkbaar gebruik maken van de per 1 januari 2012 vrijvallende gelden uit de spaarloonregelingen.
3. De verzekeraar die zich in leeft in de regierol op het zorgveld en ten behoeve van de cliënt harde afspraken maakt met bijvoorbeeld ziekenhuizen voor de te leveren zorg. Daarbij dreigen sommige ziekenhuizen die niet voldoen aan de eisen van verzekeraars uitgesloten te worden van het leveren van die zorg. Als gevolg zullen verzekerden daarbij een beperkt aantal keuzes overhouden voor het verkrijgen van de noodzakelijke zorg.
Daarmee vervallen dus keuzemogelijkheden en stuurt de verzekeraar niet alleen de ziekenhuizen aan maar ook de zorglogistiek. De afspraken met ziekenhuizen moeten juist hard gemaakt worden, omdat, zoals de verzekeraars stellen, de groei van de zorgconsumptie jaarlijks sterker stijgt dan de opbrengsten uit premies en staatsfinanciering. Ook wil de zorgverzekeraar geld toevoegen aan het eigen vermogen, omdat de eisen aan solvabiliteit steeds maar stijgen.
Bottomline is dat de verzekeraar nog steeds afhankelijk is van een tweetal primaire inkomstenbronnen: de overheid die uit het budgettair kader (belastinggeld) een deel van de zorgfinanciering op zich neemt, en de burger die via premies en aanvullende polissen (individueel of via collectiviteiten) zijn bijdrage levert.
Die bronnen worden dus optimaal aangeboord om de gewenste bedragen binnen te krijgen voor het uitvoeren van de taken van de zorgverzekeraar. De zorgeconomie is daarbij nog steeds een kosteneconomie (al sinds de jaren vijftig niet veranderd). Er zal een radicale verandering plaats moeten vinden om deze overheid gestuurde kosteneconomie die de zorg nog steeds is om te bouwen naar een volwaardige groei-economie.
Daarbij zal de rol van de verzekeraar sterk moeten veranderen. Immers, als geen ander zou de verzekeraar in staat moeten zijn een bijdrage te leveren rond alles wat met leven, gezondheidszorg, wonen te maken heeft. Verzekeraars zouden veel meer dan nu de industrie en het bedrijfsleven moeten betrekken bij het aanbieden van serviceconcepten voor de ouder worden mensen die steeds meer met chronische beperkingen te maken krijgt. Samen met bedrijven (die met steeds meer innovaties komen) zou een heel pakket aan diensten kunnen worden aangeboden aan de burger.
Daarbij zouden zowel deze bedrijven als de verzekeraars normale ondernemingsrisico’s moeten lopen (net als in andere sectoren) om deze diensten verder te ontwikkelen. Enkel dan komt een extra kapitalisering van de zorgmarkt op gang. Geld niet alleen meer afkomstig uit de algemene middelen van de overheid of de zakken van de burger, maar vanuit partijen die economische groei voorstaan. De overheid zal daarbij, net zoals ze in de energie- en afvalmarkt heeft gedaan, met gezonde prikkels moeten komen om het bedrijfsleven die stap te laten maken. De verzekeraar zal dan het schakelpunt kunnen gaan vormen in vraag en aanbod en daarmee eindelijk een stap maken die echt meerwaarde kan gaan bieden voor de burger: het aanbieden van volwassen diensten op maat, niet meer als ‘staatsuitvoerder’ van het huidige verzekeringsstelsel, maar als volwaardige, ondernemende, en risicodragende partij.
Meer nieuws
- Zorgverzekeraars moeten gaan ondernemen 25-11-2011
- Marktontwikkelingen ernstige bedreiging kleine ziekenhuizen 7-9-2011
- Stem vandaag voor de toekomst van Noord Nederland 2-3-2011
- Minister Schippers moet aan de slag 3-11-2010
- Nieuwe kansen marktwerking zorg 13-10-2010
- Zorgondersteuning Suriname kent geen politieke grenzen 24-8-2010
- Met Wilders naar Egypte 8-8-2010
- Eind numerus fixus geneeskunde goed voor specialistensector 28-6-2010
- Dit is het moment! 8-6-2010
- Eerste stemmen komen uit Zweden! 7-6-2010










word lid
